ATEX

Hulp nodig?

Heeft u vragen over een product, staat het product waar u naar op zoek bent niet op onze website of wilt u een offerte op maat? Neem dan contact met ons op via telefoonnummer:

+31(0)24 645 58 88



U bevindt zich hier Home - Explosieveilige verwarming - ATEX

ATEX

ATEX 114 - apparaten - CE richtlijn (richtlijn 2014/34/EU)

Is van toepassing op fabrikanten van beveiligingssystemen, apparaten en installaties die gebruikt worden op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. De richtlijn heeft betrekking op gasexplosiegevaar en stofexplosiegevaar. Dit betreft:

  • Elektrische apparaten en systemen
  • Niet elektrische, mechanische en pneumatische apparaten
  • Beveiligingssystemen

ATEX 153 (richtlijn 1999/92/EG)

Voortvloeiend uit de ATEX 153 is de verplichting van het opstellen van een ExplosieVeiligheidsDocument (EVD). Het EVD moet de volgende informatie bevatten:

  • Alle noodzakelijke stofeigenschappen moeten vastliggen.
  • De gevarenzone-indeling moet up-to-date zijn (niet ouder dan 5 jaar).
  • De totstandkoming van de zones voor stof- en/of damp- en gasexplosiegevaar moet vastliggen.
  • Er moet een inventarisatie aanwezig zijn van de ontstekingsbronnen en de risicobeoordeling hiervan.
  • Het moet duidelijk zijn wat de wijze is waarop de risicobeoordeling van de ontstekingsbronnen heeft plaatsgevonden.
  • De wijze van borging moet duidelijk zijn, zodat de getroffen maatregelen in stand blijven.

ATEX 153 is van toepassing op werkplekken waar personen werken in een potentieel explosieve omgeving.

Doel van deze combinatie van richtlijnen is het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van werknemers in gebieden met explosiegevaar. Daarnaast draagt ATEX 114 bij tot het vrije handelsverkeer binnen de EU, voor materieel en beveiligingssystemen die in deze gebieden worden gebruikt.


Explosieveilige elektrische heaters

Onze heaters zijn conform ATEX 114 en allemaal geschikt voor toepassing in zone 1 en sommige zelfs in zone 21.


Materieelgroep

Groep I
Apparatuur bestemd voor gebruik in de mijnbouw

Groep II
Apparatuur bestemd voor gebruik bovengronds
Al onze Ex-heaters behoren tot deze groep.


Zonering

Explosiegevaarlijke gebieden worden ingedeeld naar de kans en duur waarbij explosiegevaar kan optreden. Dit zijn de zogenaamde zones.

Gas: zone 0, 1 en 2
Stof: zone 20, 21 en 22

Zone 0 of 20: Brandbare gassen, dampen, nevels of stofdeeltjes, voortdurend of gedurende langere perioden aanwezig (> 1000 uur per jaar)
Zone 1 of 21: Aanwezigheid van gas of stofdeeltjes, waarschijnlijk af en toe aanwezig (tussen de 10 en 1000 uur per jaar)
Zone 2 of 22: Gas of stofdeeltjes indien aanwezig voor korte duur (minder dan 10 uur per jaar)

Indeling van explosieveilige apparatuur conform de ATEX richtlijnen

Brandbaar
medium

Kans op een
explosiegevaarlijke

atmosfeer en de
duur daarvan

Classificatie van
gevaarlijke
gebieden
Product classificatie Product
beschermings

niveau (EPL)
Materieel
groep

Materieel
categorie

Gassen,
dampen,

Nevels

voortdurend, frequent of gedurende
langere perioden

> 1000 uur per jaar
> 10% bedrijfsuur

Zone 0 II 1G Ga
aanzienlijk bij normaal gebruik

10 tot 1000 uur per jaar
0,1% tot 10% bedrijfsuur
Zone 1 II 2G Gb
gering en alleen
voor korte tijd

<10 uur per jaar
< 0,1% bedrijfsuur
Zone 2 II 3G Gc
Stof voortdurend, frequent, of gedurende
langere perioden

> 1000 uur per jaar
> 10% bedrijfsuur
Zone 20 II 1D Da
aanzienlijk bij normaal gebruik

10 tot 1000 uur per jaar
0,1% tot 10% bedrijfsuur
Zone 21 II 2D Db
gering en alleen
voor korte tijd

<10 uur per jaar
< 0,1% bedrijfsuu
Zone 22 II 3D Dc

Gas- of stofgroep

Ten behoeve van het elektrisch materieel worden voor gassen de minimum ontstekingsenergieën herleid tot gasgroepen. Voor stof wordt dat gedaan afhankelijk van de grote van de stofdeeltjes en de geleidbaarheid ervan.

Gasgroep voor ontstekingsbeschermingswijze "d" en "i":
• IIA: Ontstekingsenergie 200 uJ (o.a. Ammoniak, Methaan, Ethaan, Propaan) 
• IIB: Ontstekingsenergie 60 uJ (o.a. Ethyleen)
• IIC: Ontstekingsenergie 20 uJ (Waterstof, Acetyleen, Zwavelkoolstof)

Stofgroep:
• IIIA: Vaste stoffen met deeltjesgrootte > 0,5mm 
• IIIB: Niet-geleidende vaste stoffen < 0,5mm
• IIIC: Geleidende vast stoffen < 0,5mm)


Temperatuurklasse

Ten behoeve van de elektrische installatie moeten minimum ontstekingstemperaturen in aanmerking worden genomen. Het elektrisch materiaal mag dus geen te hoge oppervlaktetemperatuur aannemen. De maximum oppervlaktetemperatuur wordt gewaarborgd door de temperatuurklasse.
Deze temperatuurklassen zijn gebaseerd op temperatuur grenswaarden, meestal bij een maximum omgevingstemperatuur van +40°C :

• T1 Ontstekingstemperatuur < 450°C
• T2 Ontstekingstemperatuur < 300°C
• T3 Ontstekingstemperatuur < 200°C
• T4 Ontstekingstemperatuur < 135°C
• T5 Ontstekingstemperatuur < 100°C
• T6 Ontstekingstemperatuur <   85°C

De meest gangbare temperatuurklasse voor onze heaters is T3 en in uitzonderingen T4. Onze Ex-temperatuursensoren zijn meestal T6 geclassificeerd.
Voorbeeld: Een heater met temperatuurklasse T3 mag gebruikt worden in een gebied dat geclassificeerd is als T1, T2 of T3.


Ontstekingsbeschermingswijze

Code Beschermingswijze Geschikt voor zone
Ex d Drukvast 1, 2
Ex e Verhoogde veiligheid 1, 2

Ex ia
Ex ib
Ex ic
Ex iaD
Ex ibD
Ex icD

Intrinsiek veilig 0, 1, 2
1, 2
2
20, 21, 22
21, 22
22
Ex ma
Ex mb
Ex mc
Ex MaD
Ex MbD
Ex mcD
Ingegoten 0, 1, 2
1, 2
2
20, 21, 22
21, 22
22
Ex p Overdruk 1, 2
21, 22
Ex q Zandvulling 1, 2
Ex o Olievulling 1, 2
Ex nA Niet vonkend 2
Ex ta
Ex tb
Ex tc
Bescherming
door behuizing
20, 21, 22
21, 22
22


Onze Ex-heaters zijn veelal voorzien van een Ex d aansluithuis.


Markering

Markering van ATEX producten De markering is grotendeels als volgt opgebouwd.
• CE-teken
• NoBo nr.
• Epsilon teken
• Materieelgroep
• Materieel categorie
• Ontstekingsbeschermingswijze
• Gas- of stofgroep
• Temperatuurklasse
• EPL

Bijvoorbeeld:  NB  II 2G Ex d IIC T3 Gb  /   NB   II 2D Ex tb IIIC T85°C Db



Geen producten gevonden in deze categorie.